Login
Register

Home

Actueel

Radio

Televisie

Uitzending gemist

Midvliet

Vacatures

Historische rubriek
 

Mijn herinneringen aan de Sint Willibrordusschool aan de Damlaan in Leidschendam.” door Jan Olsthoorn

"Het klaslokaal
In het jaar 1940 mocht ik naar de ‘grote school’ aan de Damlaan in  Leidschendam. Ik was zeven jaar. Dat was heel wat anders dan de ‘bewaarschool’, de kleuterschool, aan de Damstraat. Op de bewaarschool zaten jongens en meisjes tezamen, maar nu waren er alleen maar  jongens op onze school.
Mijn eerste schooldag was er een vol verbazing.
Een groot gebouw met  grote trappen naast de voordeur. Beneden en boven grote schoollokalen met in de hoek aan de gangkant een grote kolenkachel.

11 11 2017 LP 1915 6 idnr 2106
De Damlaan met de St. Willibrordussschool in 1915

Meestal had de klas ongeveer een dertigtal leerlingen.
We zetten onze klompen in de gang en met sokken en klompsloffen brachten we de schooltijd door.
11 11 2017 LF 1933 47
Schoolklas St. Willibrordusschool aan de Damlaan medio jaren 30

Die kachel stond in een hoek van de klas en er liepen zwarte kachelpijpen door het klaslokaal om meer warmte te verspreiden.  De jongens van de zesde klas kwamen een paar keer per dag de grote kachel vullen met kolen. Dat maakte indruk op mij dat die jongens dat konden  en mochten doen.

In het speelkwartier werd volop gevoetbald met een tennisbal en als er een bal over de muur vloog dan moest een van de schooljongens  stiekem via de voordeur  naar het land van boer van Leeuwen om de bal op te halen. Als afwisseling gingen we ook af en toe met de klas wandelen, keurig in de rij.

De leerkrachten
De meesters en de ‘schooljuffrouwen’ waren alom bekend in Leidschendam. Voor de eerste klas juffrouw Dunselman en juffrouw Faas.  Voor de hogere klassen meester Muijsenberg, meester
La Rondelle, juffrouw La Rondelle, meester Muusers, meester van der Zon. De hoofdmeester was meester Kasbergen. Hij woonde vlak naast de school op de Damlaan.

De school begon om negen uur, maar we werden allemaal in de kerk verwacht voor de schoolmis van acht uur. Op school kon je omdat je nuchter moest zijn snel je brood opeten. 
Je nam brood mee naar school in je stikkezak.  Tussen de middag gingen we naar huis om te eten.
Slechts een paar kinderen ‘bleven over’.

Woensdagmiddag was er vrij van school en op zaterdag was er de hele dag school. Ook werd er door iedereen op de zaterdag gewerkt. Geen vijfdaagse werkweek. Van weekend was geen sprake.

Werkzaamheden per klas
--In de eerste klas leerden we vooral lezen. We hadden een plankje met losse letters en we konden woorden vormen.
We hadden grote platen met voorbeelden: aap, noot mies, vuur, bok, schapen..hok.

11 11 2017 leesplankje uit 1905
Leesplankje begin 20e eeuw

Mijn herinneringen zijn niet duidelijk over het volgende: werkten we soms ook met een lei en een griffel om te schrijven en met een sponsje om uit te wissen, of  was dat een bezigheid die we thuis uitvoerden, In ieder geval hadden we op school  potloden en de leerkracht bediende de puntenslijper. Als je klaar was met werken in de eerste klas,  dan moest je de je armen over elkaar doen en rustig blijven wachten. Het koste ook veel moeite om iedereen met de rechter hand te laten schrijven. In alle klassen gold ook: je was stil en als je iets te vragen had stak je een vinger op. Als je naar de WC wilde, dan stak je twee vingers op.

--In de tweede en derde klas leerden we schrijven met een echte pen en met inkt. De inkt zat in een inktpot in de bank. ‘Mesbank Wijchen’ stond op de bank, dat was de fabriek. De leerkracht had een grote fles met inkt en als het nodig was kwam hij of zij de inktpot van de bank vullen. Je zat altijd samen op een bank en je moest uitkijken om niet te rammelen aan de bank, want dan ging de inkt uit het inktpotje. Je schreef met een kroontjespen en die maakte je schoon met een inktlap die je moeder had gemaakt. In het kastje onderin de bank werd alles opgeborgen. Met veel moeite werd ons geleerd om prachtig met schuine letters te schrijven. We konden de letters overschrijven, ze stonden dun leesbaar afgebeeld op de bladzijden.
--In de hogere klassen begon de dag met hoofdrekenen: de leerkracht stelde de vragen…wie het snelst was kreeg de beurt. Acht en drie…acht keer drie…tachtig en twintig…de helft van vierenveertig. Ook deelsommen en vermenigvuldigingen.... Ik was niet snel in het rekenen en degenen die het  eerste wisten kregen de  beurt. Misschien
ben ik wel nooit aan de beurt gekomen!! Later werd het nog moeilijker met delen en vermenigvuldigen en met breuken.
11 11 2017 Rapport St Willibrordus school jaar 1941 1942
Schoolrapport Jan Olsthoorn 3 klas periode 1941/42

Zingen
Van het begin af aan hadden we regelmatig zangles. We zongen van ‘Een karretje op de zandweg reed’ en: ‘Op de grote stille heide’ en: ‘Het angelus klept in de verte’ We leerden echt Hollandse liedjes zoals: ‘Wier Neerlands bloed door de aderen vloeit. En:  ‘Wakkere jongens, Hollands trots’, en : ‘In een blauw geruiten kiel’.
In de oorlogsjaren durfden we het Wilhelmus niet te zingen.
Over die oorlogsjaren vertel ik later.

Lezen voor gevordenden
Ik herinner me veel boekjes die we gelezen hebben. Veel over  onze kolonies in Indie. Boekjes over: Njoka, Vischhaakje, De koning van Tjilatjap. We waren allemaal geabonneerd op het blad ‘De Engelbewaarder’. De oplage in Nederland bedroeg duizenden exemplaren. Het spannendste voorleesboek was voor ons allemaal: het boek: ‘Alleen op de wereld’.
In de hogere klassen werden stiekem, tijdens de lessen, de boekjes van Dick Bosch gelezen, kleine boekjes die onder de bank door, werden verspreid. Er waren honderden verschillende boekjes  over deze vechtersbaas. Ook werd er in het geheim gewerkt onder de bank, door een schoenveter van je buurman met een brandglas aan te steken. Een gemene lucht vulde de klas. Wie heeft dat gedaan??…Soms was het schoolblijven voor de hele klas.
Soms was het strafregels schrijven voor degenen die kwaad hadden gedaan. Wie kwaad had gedaan moest soms ook in de hoek van de klas staan of voor straf op de gang verblijven.

Aardrijkskunde
We leerden in de hoger klassen om heel Nederland te kunnen lezen vanaf een ‘blinde kaart’. Er stonden alleen stippen op de kaart en na eerst de grote landkaart gezien te hebben met plaatsaanduidingen, moesten we op de blinde kaart met de aanwijsstok elke plaats  in volgorde opnoemen en aanwijzen, in iedere provincie. … Deventer, Olst, Wijhe, Kampen, Steenwijk, Giethoorn…Vollenhoven, Zwartsluis…etc.  Leeuwarden,. Franeker, Berlicum, Stiens, Sint Annaparochie,  Dokkum…Zelfs van het buitenland: Londen, Greenwich, Chattem, Dover. Net zoals bij de ‘tafels’ leerden we deze rijtjes  opzeggen.

Kerk en geloof
De schooldag begon en eindigde altijd met een gebed. Eenmaal in de maand gingen we per klas naar de kerk om te biechten. Er werd door de leerkracht godsdienstles gegeven, Bijbelse geschiedenis. Ook kwam de pastoor of de kapelaan op school om de katechismus, -het boek met vragen over het geloof-,  uit te leggen en om de katechismus vragen te overhoren. We kregen een briefje mee naar huis met de opdracht welke vragen er thuis  uit het hoofd moesten worden geleerd. Dat was het contact van de ouders met de school. Ook de rapporten gaven verbinding met de school. Ouderavonden zijn er nooit geweest.

Oorlogsjaren
We leerden, omdat er altijd  oorlogsgevaar was, om bij het gaan van de sirene te weten wat je moest doen. We moesten dekking zoeken langs een muur aan de raamkant of aan de kant van de gang.
Zomaar plotseling, op een goeie dag, kwamen we bij de school en we mochten er niet meer in. Duitse soldaten waren volop bezig om de school te maken tot hun huis. Er weren strozakken gevuld om als bed te fungeren. Er stond een grote kachel voor de  school waarop hun eten werd gekookt. Een tijdlang was en geen school en later  gingen de jongens naar de Sint Jozefschool van de meisjes aan de Damstraat. ‘s Morgens was er dan school voor meisjes, in de middag voor de jongens.  In de kastjes wisselden we dan leuke berichtjes  uit…iedere dag opnieuw.
Later toen de Duitsers waren vertrokken waren, hebben we als leerlingen van klas zes de school helpen schoonmaken.
We hebben veel boekjes van de zolder naar beneden gebracht.

Herinneringen, duizenden herinneringen, ze komen zomaar bij mij naar voren en het doet me plezier om het te kunnen opschrijven."