Login
Register

Home

Actueel

Radio

Televisie

Uitzending gemist

Midvliet

Vacatures

Historische rubriek
Belastingheffing


Luister interview met Idsard Bosman.


Het heffen en betalen  van belasting is al zo oud als de weg naar Rome.
De Romeinse keizer Augustus maakte al gebruik van een periodieke volkstellingen om zo belasting te kunnen innen.  Deze vorm van belasting heffen  bestond vaak uit de overdracht van vee en manschappen. 

Vanaf de elfde eeuw kwam het recht om belasting te heffen in handen van de stadsbesturen. Die gebruikten het geïnde geld om de stadsmuren te onderhouden en hun ambtenaren te betalen. 

In de zg. slagturfboeken (belasting over het transport en verkoop van turf) van Stompwijk over de periode 1604 tot 1684, zien we in onze directe omgeving al de eerste vormen van belasting heffing.

Aan het einde van de 17e en begin 18e eeuw ging het voornamelijk om belastingen op noodzakelijke levensmiddelen als brandhout, zeep, zout, graan, vlees, bier, wijn, turf, kolen en wol. Omdat niemand zonder deze producten kon leven, was de overheid verzekerd van inkomsten. 

In de Franse tijd (1795-1813) waarin Nederland een vazalstaat was van Frankrijk, voerde Napoleon in januari 1812 vensterbelasting en deurbelasting in. Maar ook over het aantal haardplaatsen moest belasting worden betaald. Met name de belasting op de venster stuitte op veel weerstand.

Om deze vorm van belasting te ontduiken liet men vaak (een deel van de bovenramen) dicht metselen en aan de buitenkant overschilderen als zijnde een echt raam. De binnenkant van de muur werd vaak ook weer opnieuw behangen.  Uiteindelijk heeft deze belastingontduiking weinig geholpen. De Overheid verhoogde gewoon de belasting per raam.

Bij het pand Sluiskant 21 (voormalige pand van Zwennes) heeft de toenmalige architect Audier in zijn ontwerp uit 1906 boven de deur in de Damstraat gebruikt gemaakt van een “vals” raam. Dit is een opvallend detail, want in Nederland werd in 1895 de vensterbelasting afgeschaft..Deze raambelasting was eigenlijk niets meer dan een verkapte vorm van inkomstenbelasting.   

20 1 2018 foto 1 voorblad boek 1746

Voorblad boek 1746
Bron: Inventaris Leidschendam  1579-1938 /  5270-01 inventaris  354  

Ontvangst van de reële 200e penning uit Veur februari 1746  Bijgevoegd archiefdocument is het voorblad van de ontvangsten der 100e en 200e penning over de landerijen en huizen van Veur uit het jaar 1746De 100e penning was een éénmalige belasting van 1% op alle bezittingen van roerende en onroerende aard. Een moderne vorm van deze belastingmaatregel is nu onze onroerend goed belasting / WOZ 

Ook bij het begraven was het gewoonlijk dat kerken impost rekenen.Deze imposten (belastingheffingen) zijn terug te vinden in het Gaarders archief.                         
20 1 2018 foto 2 Gaardersarchief Veur Cornelis vd Bosch begraven 26 juni 1799
Gaardersarchief Veur Cornelis vd Bosch begraven 26 juni 1799
Bron: Inventaris  5270-01 / 374 gemeentearchief Leidschendam-Voorburg Overzicht imposten op begraven periode  mei-juni 1799 in Veur.  

We zien een groot verschil in het te innen bedrag van de classe Pro Deo ( “voor God”) en  een betaling van 15 gulden op 26 juni 1799 voor het begraven van de zoon van Pieter van den Bosch.Bij betaling spreken we van Pro Pecunia (voor geld).

Deze registers geven een beeld van de harde werkelijk.  Het gezin van Pieter van der Hooft verloor een tweeling. We lezen “aangeevinge te doen ’t lijk van mijn twee kinderen zijnde ongedoopt gestorven” 

De oorsprong van de term Pro Deo gaat uit van de gedachte, dat de armen  uiteindelijk  door God zullen worden beloond voor hun inzet en  harde werken.


20 1 2018 foto 3 Kohier hoofdelijke omslag Stompwijk 1875
Kohier hoofdelijke omslag Stompwijk 1875



20 1 2018 foto 3 Kohier hoofdelijke omslag Stompwijk 1875
Pieter Blom 5250-01 inv 2082 23 febr 1920