De onderwijshuisvesting in Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest is nu op orde.

Maar de schoolgebouwen moeten in de toekomst aanzienlijk verbeterd worden. En daarbij houden de gemeenten onvoldoende rekening met stijgende bouwkosten. Dit blijkt uit onderzoek, in opdracht van de Rekenkamercommissie voor de vier gemeenteraden.

Inzicht
De gemeenten en schoolbesturen hebben in de afgelopen jaren meer inzicht gekregen in de staat van de schoolgebouwen en de opgave tot 2035. Schoolbesturen kunnen daardoor sneller acties ondernemen. Elke gemeente maakt Integrale Huisvestingsplannen. Ook het algemene beeld van de samenwerking is overwegend positief.

Binnenklimaat
De schoolgebouwen voldoen aan de functionele eisen voor het geven van onderwijs. Tevens lijken zij een redelijke bouwtechnische staat te hebben. Z ij voldoen daarentegen in de regel niet aan het programma van eisen ‘Frisse Scholen’ (aanwezigheid van gezonde lucht en ventilatiemogelijkheden).

Investeringsopgave
Er is een grote investeringsopgave voor de schoolgebouwen. Dit vanwege vernieuwing ervan, binnenklimaat-problemen, en ambities op het gebied van CO2-reductie en aardgasvrij.
Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van rijk, gemeenten en schoolbesturen. Maar de vier gemeenten anticiperen daarbij onvoldoende op stijgende bouwkosten.

Financiële risico’s
Bovendien houden Wassenaar en Voorschoten vooraf geen rekening met aanvullende kosten, zoals voor tijdelijke huisvesting en voor verhuizing. En in Voorschoten wordt ervan uitgegaan dat prefab bouwen leidt tot 50% kostenreductie. Deze uitgangspunten leiden tot aanzienlijke financiële risico’s.

Aanbevelingen
De Rekenkamercommissie adviseert de vier gemeenteraden om:

in begrotingen rekening te houden met stijgende bouwkosten;
het inzicht te vergroten in de energielabels en het binnenklimaat van schoolgebouwen;
de lange termijn-opgave (2030-2050) voor duurzaamheid in beeld te krijgen;
de kennisdeling tussen schoolbesturen te ondersteunen.