Het kabinet heeft op dinsdag 20 september de plannen bekendgemaakt voor 2023. Deze plannen betekenen ook iets voor de stad Den Haag. Hieronder een reactie van het college van burgemeester en wethouders:

Financiële positie gemeente

De financiën van de gemeente Den Haag staan onder druk. Al jaren kampt de stad met grote financiële uitdagingen, mede door de kosten van bijstand, zorg en jeugdhulp en anderzijds de korting op het gemeentefonds. Tegelijkertijd worden de problemen groter en complexer door nieuwe, urgente problemen zoals de energiecrisis, de wooncrisis en de opvang van vluchtelingen en ontheemden.

Als stad van Vrede en Recht doet Den Haag wat nodig is om mensen in kwetsbare posities, maar ook mensen op de vlucht voor oorlog en geweld te helpen met zorg, scholing, werk en woonruimte. Deze hulp blijft hard nodig. Ee wordt hard gewerkt aan het vinden en bewoonbaar maken van (tijdelijke) locaties voor opvang. Dat lukt tot nu toe, maar de rek is eruit. Gemeente Den Haag werkt graag met het rijk aan duurzame oplossingen.

Om het welzijn van de inwoners, de leefbaarheid en veiligheid van de woonomgeving te waarborgen zullen met het kabinet afspraken gemaakt moeten worden. Het college vraagt voor de langere termijn om meer financiële zekerheden. Alleen op die manier kan het zijn taken in de toekomst op een fatsoenlijke manier uitvoeren.

Energiecrisis en inflatie

Het is goed dat het kabinet maatregelen neemt om de gevolgen van de energiecrisis en de hoge inflatie voor inwoners te beperken. Net als andere steden staat ook Den Haag hierin voor een enorme opgave. Steeds meer mensen komen of verkeren al als gevolg hiervan in ernstige financiële nood of raken (verder) onder de armoedegrens.

Het pakket dat er nu ligt van circa 18 miljard, extra energietoeslag, lagere belastingen en een hoger minimumloon is een goede eerste stap. Het instellen van een prijsplafond op energie geeft alvast financiële verlichting voor veel huishoudens voor de komende winter. Wel zijn er nog zorgen om de energierekening van mkb-bedrijven zoals bakkers, culturele instellingen en sportverenigingen.

Het geeft vertrouwen dat het kabinet wil investeren in herstel en groei van de cultuursector, huiswerkbegeleiding en sportmogelijkheden en daarmee oog heeft voor de kwaliteit van de samenleving en de kansengelijkheid van de kinderen in het bijzonder.