In Leidschendam-Voorburg komen winterterrassen als de lockdown voor de horeca voorbij is. Dat heeft de verantwoordelijk wethouder aangekondigd nadat D66 voorstelde de ruimere terrassen langer mogelijk te maken.

Bij de heropening van de horeca op 1 juni jl. mochten horecazaken hun terrassen verruimen. Zaken die geen terras hadden kwamen in aanmerking voor een gezamenlijk terras. Dit om hun misgelopen inkomsten gedurende de eerste sluiting van de horeca enigszins terug te verdienen. De huidige regeling – eerder mogelijk gemaakt door een unaniem aangenomen motie van D66 – loopt op 1 november aanstaande af. D66-raadslid Mahjoub Mathlouti: “Door de nieuwe sluiting van de horeca lopen horecaondernemers in onze gemeente ook nu weer veel inkomsten mis. Als ze straks weer open mogen moeten ze wat ons betreft zo veel mogelijk vrijheid krijgen om op hun manier gasten te trekken. Als zij dat met een (verruimd) winterterras willen doen moeten wij dat als gemeente niet in de weg staan.”

Met koudere wintermaanden op komst is het niet vanzelfsprekend om een terras te pakken. Toch spelen veel horecaondernemers en gemeenten er in Nederland deze winter creatief op in. In onder andere Rotterdam, Groningen, Nijmegen en Bergen op Zoom is al besloten om – wanneer de horeca straks weer open mag - (verruimde) winterterrassen toe te staan. Ook in Leidschendam-Voorburg is er animo. Mahjoub Mathlouti: “De afgelopen weken heb ik met fractiegenoot Wouter Jorissen veel horecaondernemers gesproken met de vraag hoe zij tegen mogelijke winterterrassen aankijken en de reacties waren positief. Ook ondernemers die nog niet wisten of het hen qua investering zou lukken gaven aan het in ieder geval fijn te vinden als ze straks in ieder geval de mogelijkheid hebben”.

Verantwoordelijk wethouder Van Eekelen zegde toe te onderzoeken op welke manier horecaondernemers te kunnen ondersteunen gedurende de coronapandemie. Ook een velenging van de bijna aflopende terrassenregeling behoort tot de opties. De fractie van D66 is positief gestemd met die houding van de wethouder.

Bron: Voorburgs Dagblad