Het is de laatste keer dat ik als uw burgemeester mij tot u richt.

Dinsdag 31 augustus heb ik afscheid genomen van Leidschendam-Voorburg. Ik sluit een mooie, boeiende en soms ook enerverende periode af.

Een periode van vele ontmoetingen in Leidschendam, Stompwijk en Voorburg. Door al deze ontmoetingen heb ik het ambt van burgemeester, mijn rol als burgervader voor u kunnen vervullen. Heb ik kunnen verbinden, aandacht geven en ondersteunen. Dat gebeurde bij mij aan tafel op het raadhuis, maar ook door de vele bezoeken, aanwezig en betrokken te zijn bij wat er gebeurde in de wijken en buurten, bij mensen thuis, in de bedrijven, op scholen, bij de verenigingen, in de verzorgingshuizen of bij de vele activiteiten en evenementen. Het zijn de plekken waar het hart van onze samenleving klopt.

Het stemt mij dankbaar dat ik zo mijn bijdrage heb kunnen leveren om met u onze samenleving, de gemeenschappen in Leidschendam, Stompwijk en Voorburg te dienen en te laten functioneren. Want daar gaat het ten diepste om. Door zo in verbinding te staan met de gemeenschap en van betekenis te kunnen zijn voor de ander was de mooiste kant van het ambt en de rol die ik mocht vervullen. Daarnaast heb ik mij met hart en ziel bestuurlijk ingezet om de belangen van de gemeente zo goed tot hun recht te laten komen en te vertegenwoordigen in de regio, provincie en landelijk. Het was eer dat voor u te mogen doen.

Ik dank u allen, inwoners van Leidschendam, Stompwijk en Voorburg voor deze tijd waarin ik uw burgemeester mocht zijn. Maandag heb ik vanwege de beperkende maatregelen die er zijn met een kleine afscheidstoer, een alternatief voor een afscheidsreceptie, daar kort bij stil kunnen staan. Slechts enkele plekken heb ik kort kunnen bezoeken om persoonlijk gedag te zeggen.

Vanaf deze plek groet ik u allen en dank ik u voor de mooie ontmoetingen, uw betrokkenheid en inzet voor elkaar om onze buurten en wijken, onze verenigingen en activiteiten in de gemeente tot een bloeiend geheel te maken.

Een hartelijke groet!

Klaas Tigelaar.

(foto: Michel Groen)