Ben al meerdere malen in Parijs geweest. Op de motor en niet zoals nu met de trein. Als de winter je overvalt zit je mooi vast.
Met de motor vond ik fijn, je rijd dan door die stad, bent overal snel en leert vrij vlug de weg vinden in die heksenketel. Toeteren van ik kom er aan, of wil er door. Niet zoals thuis van boerenlul. Maar wat ik nog belangrijker vind is dat je dingen ziet die je in de metro mist. Ja de metro, daar reis ik nu ondergronds mee. Had eerst een hevige vrees, zo van kan dat maar goed gaan, straks rijd ik verkeerd en wat moet ik dan doen.
Met wat advies begeef ik me nu krijgshaftig in het metrolabyrint van Parijs. Ja , je zal nog lang genoeg onder de grond verblijven, dus nu zo min mogelijk. Mooi bruggetje voor mijn metroritje naar de begraafplaats Père-Lachaise. Bij eerdere Parijsbezoekjes kwam het er niet van, maar het boekje over deze plek van die “Links naar rechts” gozah Rob Kemps maakte mij nieuwsgierig. Rustplaats voor heel wat groten der aarde, waaronder veel kunstenaars waar ik fan van ben. Ga ze u niet noemen, het zal u wellicht mateloos vervelen.
Tis een beetje een stad met over het algemeen hele kleine huisjes, tuurlijk zitten, of beter gezegd, liggen er ook uitslovers bij met kolossale bouwsels. Net als in de steden der levenden heb je er het ingetogen- en het patsertype. Alleen heerst hier, in plaats van overlast gevend burengerucht, serene stilte. Ik bezoek wat graven van mijn helden en heldinnen, best een raar idee dat hier hun overblijfselen liggen. De zon gaat onder en het wordt nog kouder. Voor een specifiek graf moet ik tussen engtes door en kom bij de echte oude met mos bedekte tombes. Takken striemen, het wordt krap en onbehaaglijk.
“Zo, ben je daar” fluistert plots een stem uit zo’n tombehuisje. Ik zie een deel van een monnikskap en een finale zonnestraal laat een zeislemmet schitteren. “Heb hier nog wel een mooi pandje voor je vrij Minnekus Out. Ik wacht al een tijdje op je. Dacht dat jouw tijd zo zoetjes aan wel gekomen was mannetje”. Zijn koude knokige hand omvat mijn pols klemvast. Hij heeft me, dat was um. Kippenvel, nekharen recht overeind. “Nog ff niet meneer?” smeek ik angstig. De sluitingsbel van de begraafplaats luidt. “Ik moet nu echt gaan meneer, mats me, ik heb het nog zo enorm naar mijn zin. Ik kom heus wel, maar nog ff niet toch?” Hij twijfelt, knikt zijn hoofd zo van ga dan nog maar even. Zijn grip verslapt, ik knik dankbaar terug en ren, alsof de duivel me op de hielen zit, naar de uitgang. Wat later zit ik opgelucht weer ondergronds in de metro.
Tekst: Mink Out. Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl
